We moeten de handen ineen slaan

Groen, groener, groenst. Het nieuwe kabinet presenteert zich als de meest groene regering aller tijden. Met het regeerakkoord wordt in elk geval gestreefd naar een meer duurzame toekomst en wordt er ingezet op het sneller terugdringen van de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. Met het optimaliseren van het energieverbruik van kantoren is volgens het kabinet een CO2 reductie van 3 Mton in 2030 te realiseren.

Het is duidelijk dat ‘we’ aan de bak moeten. Echter, een wenkend perspectief schetsen is één, de uitvoering daarvan is twee. Onze ervaring na vijf jaar Kantoor vol Energie is dat de praktijk weerbarstig is en dat vastgoedeigenaren niet zonder meer in beweging komen om enkel energie te besparen. Daar is meer voor nodig en het vraagt om veel doorzettingsvermogen. Grootschalige en drastische besparingen in bestaande kantoren vragen om een andere vraag van de eigenaar en van de gebruiker van het kantoor. Het behoeft een andere business case die is gebaseerd op een ander aanbod en op de toegevoegde waarde die een kantoor kan leveren aan de primaire bedrijfsprocessen. Daar komt bij dat, in tegenstelling tot de woningbouw waarnaar vaak wordt verwezen, lastig opschaalbare bouwconcepten op de bestaande kantorenvoorraad kunnen worden losgelaten.

Het perspectief van een haalbare en opschaalbare businesscase zit in de meerwaarde van een gezonde en comfortabele werkomgeving, die niet langer afhankelijk is van fossiele brandstoffen. Een werkomgeving waar medewerkers graag naar toe gaan, waar ze zich door het binnenklimaat plezierig voelen en waar het werken net even wat lekkerder gaat dan voor de renovatie. Met andere woorden, een omgeving waar de arbeidsproductiviteit een paar procentpunt hoger ligt en waar je trots op kunt zijn vanwege de toekomstbestendigheid ervan. Dat is voor elke werkgever en gebouweigenaar financieel interessant.

Maar niets gaat vanzelf. Om het pad te effenen en de doelstellingen in 2050 mogelijk maken, zijn ontdekkingen nodig, die vervolgens hun weg moeten vinden naar de massa. Daarom begeleiden we projecten en helpen we de betrokkenen gedurende de voorbereiding en wanneer momenten van twijfel de kop op steken. Zelfs de koplopers vragen zich namelijk regelmatig af: “Ligt de lat niet te hoog?” “De markt uitvragen op basis van prestaties, is toch wel eng.” “Hoe gaan we het organiseren en monitoren?” Het zijn vragen en twijfels die niet van de ene op de andere dag kunnen worden weggenomen. Om het ijs te breken en de eerste ervaringen op te doen moeten kennisinstellingen – zoals Platform31 met innovatieprogramma’s en Kantoor vol Energie – juist nu hard blijven werken. Ondertussen is het belangrijk dat de markt wordt gefaciliteerd door initiatieven waarbij de markt massaal wordt meegenomen in de richting van de eindbestemming. De Bouwagenda en het Deltaplan Duurzame Renovatie van de Dutch Green Building Councel zijn daarom een welkome versterking voor de utiliteitsbouw om stevig bij te dragen aan de route naar 2050.

Met een ‘groen’ kabinet is er nu meer aanleiding dan ooit om door te pakken en de handen ineen te slaan. De transitie naar CO2 neutraal in 2050 lukt alleen op basis van een integrale kwaliteitssprong, waarbij de kantorenmarkt de investeringen niet terugverdient uit alleen de besparing op energiekosten, maar door de meerwaarde die zich uit in verhuurbaarheid en continuïteit. Voor deze transitie is de hele sector benodigd en zullen alle stakeholders met het zelfde doel voor ogen moeten samenwerken.

Ik hoop daarom van harte dat bij de uitvoering van het regeerakkoord de noodzaak wordt herkend om zowel de innovatieopgave als de weg der geleidelijkheid te stimuleren. Immers, de een kan niet zonder de ander en zonder een radicale aanpak zal er uiteindelijk geen transitie plaatsvinden.

Meer informatie