Waar niemand aan denkt

Gemiddeld worden mannen op dit moment 80 jaar en vrouwen 83 jaar. Eén op de vier mensen wordt ouder dan 90. De levensverwachting is de afgelopen vijftig jaar meer dan tien jaar gestegen. Dat zijn bijna drie maanden per jaar. Dat is een weekend per week. Over één uur leeft u al weer bijna een kwartier langer.

Uit demografisch onderzoek van NIDI blijkt dat mensen, vooral vrouwen hun eigen levensverwachting flink onderschatten. Met andere woorden: mensen worden ouder dan ze denken. De levensverwachting stijgt vooralsnog gewoon verder door medische vooruitgang en betere leef- en werkomstandigheden. In de discussie gaat het vaak over stijgende ziektekosten en latere AOW-premies. Zo zult u in de toekomst regelmatig een brief krijgen van uw pensioenfonds dat u weer drie maanden langer door moet werken voordat uw AOW ingaat.

De oplopende levensverwachting betekent dat ouderen langer thuis wonen, met allerlei maatregelen die dat bevorderen (trapliften, weghalen drempels, zorg aan huis). Waar je nooit iemand over hoort, zijn de gevolgen voor de woningmarkt. Al jarenlang wordt gesteld dat er ‘straks’ veel eengezinswoningen, vooral koopwoningen, gaan vrijkomen als de bewoners eruit vertrekken. Vooral als de babyboomers op leeftijd raken. De eerste naoorlogse babyboomers zijn nu 70 jaar. Echter, hun levensverwachting stijgt elk jaar verder, en ze zullen (willen of moeten) bovendien langer thuis wonen. Dat betekent dat al die eengezinshuizen voorlopig nog lang niet vrijkomen. Al die jonge gezinnen die nu naarstig op zoek zijn naar een gezinswoning, zullen veel langer dan verondersteld moeten wachten op deze lege woningen. De bulk van die eengezinswoningen komt pas over twintig jaar op de markt. En elk jaar schuift die prognose verder naar voren! De vraag is wat we doen in de tussentijd. Afwachten? Gezinswoningen bouwen? Kleine woningen bouwen? Of kunnen we misschien slimmer met de woningbezetting omgaan?