Van cijfers naar cultuur, een economische zoektocht

Met de themawebsite Winnaars en verliezers in regionaal economische concurrentie ondersteunt het Planbureau voor de Leefomgeving regio’s in de analyse hoe de economie ervoor staat. Nuttig, noodzakelijk en niet altijd om blij van te worden. Want wat levert de optelsom op van succesvolle en kansrijke winnaars aan de ene kant en gemaskeerde en evidente verliezers aan de andere kant? Al grasduinend door de themawebsite zet het in ieder geval wat kanttekeningen bij de duurzaamheid van de huidige economische groei en de werkelijke kracht van meerdere sectoren. Wat echter bij de presentatie in oktober en onlangs nog in een artikel van PBL onderzoeker Otto Raspe werd benadrukt, is dat de rol die de overheid bij economische groei kan spelen, fors is. Dat kan overigens beide kanten opgaan, zoals vooral Venezolanen op dit moment ervaren.

Op systeemniveau hadden Acemoglu en Robinson in hun boek Why Nations Fail al aangeven dat inclusieve samenlevingen een groter vermogen hebben tot het creëren van welvaart voor de samenleving als geheel dan extractieve samenlevingen. Onderliggend daaraan is de wijze waarop in de samenleving bestaande waarden worden vertaald naar instituties die bepalend zijn voor het handelen in een dergelijke samenleving. Zet daar tegenaan de constateringen over het succes van landen van Francis Fukuyama in zijn boek Trust, waarin de aanwezigheid van vertrouwen en sociaal kapitaal noodzakelijke randvoorwaarden zijn, dan doet zich de vraag voor hoe bepalend dergelijke sociaal-culturele factoren voor het organiserend vermogen zijn en hoe deze opwegen in het economisch succes ten opzichte van macro-economische factoren. En geldt dit dan niet juist voor het belang dat gehecht wordt aan de vorming van clusters en ecosystemen, die vaker een beperktere geografische begrenzing kennen?

Kan het zijn dat dergelijke meer ‘zachte’ factoren die bijdragen aan het organiserend vermogen van een samenleving verschillen tonen per regio en dat daaruit volgt dat de vertaling naar een eenvormige aanpak dan wel instituties niet vanzelfsprekend is? Even afgezien van de complicerende factor dat het schaalniveau van bepaalde economische processen al lang bepaald cultuurhistorische dan wel politiek-bestuurlijke grenzen van gehanteerde regio’s ontstegen kan zijn.
De kwantitatieve reflectie op de stand van zaken in de eigen regionale economie kan bestaande beelden al omver gooien. Kan een kwalitatieve analyse van het eigen organiserend vermogen en de mogelijke belemmeringen die worden ervaren leiden tot ander gedrag, dan wel tot conclusies over instrumenten, dan wel instituties die in de ene regio wel passend en effectief zijn, maar in de andere niet? En wat vraagt dat dan van bestuurders bij hun inzet om economische groei te ondersteunen?

In het regeerakkoord is een voorstel te vinden om te komen tot regiodeals gericht op economische groei. Dat bewustzijn erkent dat het organiserend vermogen voor onze internationale concurrentiepositie van belang kan zijn. Het vraagt dat we ook meer inzicht moeten verkrijgen hoe die ‘zachte’ kant daarin meespeelt en wat dat vraagt van beleid, inzicht en inzet van bestuurders. Platform31 probeert met een ‘economische zoektocht’ een aanzet te doen.

Longread

Yermo Wever en Nico van Buren (Platform31) doen – vanuit de waardering voor de kwantitatieve aanpak in ‘Winnaars en verliezers’ van PBL – in een longread een eerste aanzet tot een zoektocht naar een vernieuwende beleidsmatige aanpak van regionaal economische groei. U vindt de longread Regionaal economische groei en regionaal handelingsvermogen (pdf) hier. Bovenstaande blog vat enkele van de vragen die relevant zijn voor de zoektocht samen.