Stedelijke innovatie - 'the next step'

’Stedelijke innovatie is één van mijn onderzoekslijnen. Ik benader dit vanuit een transitieperspectief. Huidige manieren van stedelijk leven, wonen, verplaatsen et cetera zijn op termijn niet duurzaam. De footprint van steden is vele malen hoger dan hun eigen oppervlakte. Voor Londen wordt dit bijvoorbeeld geschat op 120 maal het eigen oppervlakte. Er is dus een noodzaak voor fundamentele transformatie.

Tegelijkertijd worden er sinds de economische crisis in toenemende mate verantwoordelijkheden overgedragen naar steden, zoals bijvoorbeeld in de Nederlandse en Engelse City Deals. De steden hebben zelf ook de ambitie om een grote rol te spelen in innovatie en duurzaamheid (zie bijvoorbeeld het recente boek van Rob van Gijzel, burgemeester van Eindhoven, De stad die de toekomst maakt). Maar ze hebben niet altijd de benodigde budgetten of toegang tot expertise om hun ambities ook waar te maken.

Van ‘onderop’ zien we dat steden bovendien een sterke innovatiegolf in allerlei sectoren zoals mobiliteit en wonen ervaren. Denk hierbij aan AirBnB, Uber of de hele waaier aan burgerinitiatieven. In deze dynamiek dwars door allerlei lagen van de samenleving heen is ruimte voor experimenteren noodzakelijk. In het boek The Experimental City dat recent is verschenen, hebben we dit fenomeen met een aantal collega’s onderzocht. We concluderen dat experimenteren hoop biedt, maar dat nieuw kritisch onderzoek ook noodzakelijk is. Kan stedelijk experimenten daadwerkelijk leiden tot de vergaande transformaties die nodig zijn om binnen acceptabele ecologische en sociale grenzen te blijven?

Nieuwe kennisontwikkeling voor de experimentele stad is uiterst noodzakelijk. Zelf ben ik momenteel betrokken bij vier projecten rond stedelijke innovatie vanuit het transitie- en experimenteerperspectief. Twee ervan gaan over smart cities, één over slimme fietsoplossingen – ons SURF-project dat ook onder VerDus valt – en één over nature-based solutions. In dat laatste geval moet je denken aan innovaties die gebruik maken van natuurlijke processen, zoals groene daken of meer ruime voor water, als een alternatief voor het investeren in grijze oplossingen zoals meer rioleringen. De hevige regenval in juni dit jaar laten zien hoe urgent dergelijke vragen zijn.

‘The next step’ gaat voor mij vooral om de vraag: wat komt er na het experimenteren? Hoe raken experimenteren verbonden met de gangbare praktijk en met alle partijen die daarin een rol spelen? Hoe circuleert kennis? Welke instituties en netwerken zijn daarbij noodzakelijk? Maar ook de vraag: wat maakt dat steden meer of minder succesvol zijn in succesvol experimenteren? Op het VerDuS-congres gaat het precies over dit soort vragen.