Statushouders gehuisvest, en nu?

Wooncoöperaties zijn in. Vol van idealen en dromen over woongenot, geborgenheid, eigen woning, zelfbeschikking en wat al niet meer, zien vele initiatieven het daglicht. Maar tussen droom en werkelijkheid staan vaak vele hindernissen. Een succesvol wooninitiatief is gestoeld op drie pijlers: de sociaaljuridische (coöperatieve), de technische (vastgoed) en de economische (financiële). Mijn ervaring is dat veel initiatieven in aanvang stagneren of zelfs struikelen over de laatste. Later zullen mogelijk niet goed sociaal gefundeerde wooncoöperaties uit elkaar vallen of krijgen ze problemen met het beheer en exploitatie van het vastgoed.

Om dit te voorkomen heeft Rabobank zich als ambassadeur bij het actieprogramma wooncoöperaties van Platform31 aangesloten. Directeur Rabo REF Roel van de Bilt zoekt samen met de andere ambassadeurs, wethouders en corporatiebestuurders, wegen om de woondromen van bewoners op een gedegen wijze te realiseren. Rabobank is immers zelf ontstaan uit ontelbare lokale coöperatieve initiatieven waarbij vermogenden onvermogenden ondersteunden in het ondernemen om er beiden beter van te worden. Vanuit die achtgrond hebben we ons tot doel gesteld een realiseerbare vormen van financiering voor de wooncoöperatie te vinden.

Het goede nieuws is, dit kan. Maar initiatieven die vastgoed willen overnemen van bijvoorbeeld de woningcorporatie, krijgen te maken met een paar simpele randvoorwaarden. Zo is het onvermijdelijk dat er binnen de wooncoöperatie naast de lening van de bank, eigen geld beschikbaar is en blijft. Er bestaat niet zoiets als een ‘free ride’. Hoedt u als initiatiefnemer dus voor te rooskleurige berekeningen. Vanwege de lage rente lijkt er nu veel te kunnen, echter de banken eisen substantieel eigen geld. Mijn advies is, geef bij het starten van een coöperatief initiatief voldoende aandacht aan de derde pijler. Inventariseer de mogelijkheden van inbreng van vermogen door de leden, het zogenaamd coöperatief kapitaal. Wees helder naar elkaar dat dit onvermijdelijk is en toets bij de bank welke aanvullende kapitaalsbehoefte er bestaat.

Ook als de koop daarmee rond is, dienen initiatieven zich niet rijk te rekenen. De leden zullen er samen voor moeten zorgen dat de wooncoöperatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen, zoals onderhoud, vaste lasten, rente en aflossing van de bank en ook voor een redelijke, reële vergoeding voor verschaffers van het zogenaamd coöperatief kapitaal. Tot slot is ook het bijdragen aan een buffer voor tegenvallers noodzakelijk. Al met al zal de maandelijkse bijdrage mogelijk niet minder bedragen dan de nu te betalen huur. Deelname aan een wooncoöperatie dient naar mijn idee daarom niet voort te komen uit het streven naar financieel voordeel, maar een woondroom die je alleen door samenwerking van en voor bewoners kan realiseren.

Roxanne Mulder, junior- onderzoeker woningmarkt bij RIGO Research en Advies

  • Deze blog is eerder gepubliceerd op de website van “YURPS”:, het netwerk voor en door de jonge partners van Platform31.

Meer over statushouders

Kennisdossier Vluchtelingen en vergunninghouders