Rising mist

Dit najaar reisde ik door China. Ik wilde met eigen ogen zien en ervaren hoe mensen leven in de oprukkende miljoenensteden. Het was indrukwekkend. En schokkend.

De beelden van één grote, grijze, uitdijende massa van woontorens, kantoren en megamalls zijn inmiddels bekend. Deze voor-, tussen- en randsteden worden met een moordend tempo uit de grond gestampt. In de strakke efficiënte stedenbouw valt weinig gelaagdheid of cultuurhistorie af te lezen. Voor een groot deel van de jonge stadsbewoners betekent de bouwwoede vooruitgang. De keerzijde van deze roekeloze manier van steden bouwen is voor velen dagelijks voelbaar. Het belang van een toekomstbestendige, klimaatadaptieve en circulaire inrichting van de stad dringt langzaam door.

Begin december was smogalarm in Beijing wereldnieuws. The Guardian schreef al eerder over de Airpocalypse in de hoofdstad van China. Waar wij buienradar checken voor we de deur uit gaan, bekijken veel stedelingen de AQI: Air Quality Index. Volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie is 25 microgram fijnstofdeeltjes per kubieke meter het maximale wat een mens kan per dag kan hebben. In Beijing zijn er soms dagen van 700 microgram per kubieke meter. Een opblaasbare koepel moet schoolkinderen op zo’n dag een veilige en gezonde speelomgeving bieden. Uiteraard verhult deze symptoombestrijding de werkelijke systeemverandering die nodig is.

Op het platteland van China sprak ik al de eerste ‘klimaatvluchtelingen’. Zij wilden hun kinderen niet in de vieze stad laten opgroeien. Maar ook het sprookjesachtige landschap van Yangshuo kan de toestromende Chinese toeristen niet aan. Idyllische dorpjes veranderen door een wildgroei van hotels, restaurants en winkels. De rustieke rivier de Li wordt verpest door een stinkende file van verroeste rondvaartboten.

Toch stemde China mij niet geheel droevig. De highspeed bullettrain ‘Harmony’ zoefde met meer dan 300 kilometer per uur door het landschap. Het spoornetwerk evenals het OV in de steden is punctueel en lijkt geen last te hebben van sneeuw, hitte of vallende blaadjes. In Shanghai rijden alleen nog maar elektrische scooters. Overal is gratis wifi en veel jongeren weten the great firewall te omzeilen.

Maar het meest verrast ben ik door de Chinezen zelf. De jonge stedelingen die ik sprak zijn nauwelijks gebonden aan werk of woonplaats. Ze weten zich te redden, hoewel hun leefwereld dagelijks drastisch verandert. Ze zijn (noodgedwongen?) ondernemend, flexibel en inventief. In plaats van bang te zijn voor verandering, lijkt het alsof ze accepteren dat alles om hen heen continu in beweging is. En dat maakt dat ik hoopvol gestemd ben.

Ik ken geen plaats waar de urgentie om de ruimtelijke inrichting te veranderen zo groot is als in China. Met of zonder internationale afspraken en klimaattop. Het kan niet anders dan dat er op korte termijn slimme oplossingen komen om de miljoenensteden nu en in de toekomst, gezond, aantrekkelijk en leefbaar te houden. Dat kan alleen vanuit een integrale benadering en niet door pleisters te plakken. En dat China snel en efficiënt een rigoureuze systeemverandering kan doorvoeren, bijvoorbeeld richting een circulaire economie, daar heb ik het volste vertrouwen in.

Karin van Rooij, Platform31

rising-mist
Yang Yongliang 'Rising Mist'

Meer informatie

De tentoonstelling in het Shanghai Powerstation of Art maakte me bijzonder blij.
De kunstwerken gaven een frisse blik op het in het westen zo belangrijk gevonden copyright. Vooral het werk van Yang Yongliang sprak me aan. Zijn interactieve fotocollage Rising Mist is een kritische reflectie op de Chinese maatschappij zoals die nu in sneltreinvaart wordt opgebouwd. Van veraf lijkt het beeld een berglandschap dat in traditionele Chinese schilderkunst vaak voorkomt. Van dichtbij zie je dat het beeld is opgebouwd uit hijskranen en wolkenkrabbers. Langzaam trekt er een dichte mist over de stad. Toch spreekt er ook een zekere hoop uit, als de mist is opgetrokken kun je scherper zien. Dan wordt het helder in welke richting we ons allen logischerwijs moeten bewegen.