Positief pluggen van een leegstandsverordening in Schiedam

Om structurele winkelleegstand effectief aan te pakken, moeten álle stakeholders in beweging komen in een gezamenlijke visie en aanpak. Vastgoedeigenaren stellen zich echter vaak afwachtend op. Eigenaren blijven vaak lang hopen – soms tegen beter weten in – dat juist hún leegstaande winkelpand wel weer verhuurd wordt. Zelfs bij een groot lokaal overschot aan winkelruimte. Deze houding bij vastgoedeigenaren kan integrale leegstandsaanpakken vertragen en verzwakken. Om uit deze impasse te komen overweegt de gemeente Schiedam, waar bijna een vijfde van de winkels leegstaat, de invoering van een leegstandsverordening.

Een leegstandsverordening verplicht vastgoedeigenaren om leegstand te melden, stelt een leegstandsoverleg verplicht en maakt het mogelijk dat een gemeente huurders aandraagt voor leegstaande panden en in extremis ook boetes uitdeelt. Een ideaal instrument om leegstand te bestrijden, zou je denken. Maar waarom zijn er sinds 2010 dan pas acht leegstandsverordeningen in Nederland aangenomen? Tijdens een bijeenkomst in Schiedam blijkt dat de invoering van een leegstandsverordening voorzichtig laveren is.

Schiedam, een stad met een actieve aanpak van de binnenstad, wil de leegstandverordening nadrukkelijk combineren met stimulerende maatregelen. De leegstandsverordening moet als aanvullend instrument bijdragen aan structurele gesprekken met vastgoedeigenaren: “Waarom staat dit pand eigenlijk leeg? Kunnen we tot een oplossing komen?” Een verordening als dialoog. Het heeft iets ironisch en roept bij mij een aantal vragen op: hoe maak je een verordening geschikt als ingang tot dialoog? En is een verordening niet te dwingend om te komen tot gezamenlijke actie?

Tijdens een binnenstadsbijeenkomst waar de gemeente Schiedam de eigenaren, ondernemers en andere betrokkenen informeert over de leegstandsverordening, kijken veel aanwezigen in eerste instantie met argusogen naar de verordening. De leegstandsverordening blijkt voor veel pandeigenaren nog een blinde vlek en voor anderen een heet hangijzer. Wanneer de zaal gevraagd wordt wie al weet wat de verordening inhoudt, blijft het eerst muisstil. “Dat je als ondernemer bij de gemeente aangeeft dat je pand leegstaat. Je kunt dan een boete krijgen”, is een eerste reactie. Een pandeigenaar geeft toe er nog niet veel van af te weten, maar “schrikt wel van de boete”.

De avond laat zien dat de gemeente zelf ook nog wel worstelt met hoe je met behulp van een verordening samen tot actie kunt komen. De bewuste koppeling van informeren over de leegstand en een bredere discussie over samen de binnenstad aanpakken blijkt echter een goede zet. De hoge opkomst en actieve deelname van de deelnemers tijdens de avond wijzen erop dat de leegstandsverordening in ieder geval tot dialoog aanzet. En gaandeweg verschuift de aandacht van problemen benoemen naar samen praten over kansen en mogelijkheden. Het afsluitende panelgesprek tussen betrokken eigenaren, ondernemers, investeerders en een makelaar neemt de meeste misverstanden over de leegstandsverordening weg. Toevallig of niet, alle panelleden zijn enthousiast over de verordening in combinatie met de bredere inzet voor de Schiedamse binnenstad. En dit enthousiasme werkt aanstekelijk.

Het blijkt dat niet zozeer de verordening zelf maar vooral onduidelijkheid over de werking van het instrument een constructief gesprek soms in de weg staat. Het vernieuwende van de Schiedamse aanpak ligt misschien minder in het instrument en meer in het gezamenlijk bediscussiëren van oplossingen voor de binnenstad. Ik kom voorzichtig tot de conclusie dat een verordening, juist door de bijbehorende controverse, kan bijdragen aan de dialoog. Gedurende de avond wordt duidelijk dat er een heleboel aanknopingspunten zijn voor meer gesprek en gezamenlijke actie. Uitdaging voor de toekomst is hier op in te zetten en eigenaren en ondernemers blijvend te betrekken. Belangrijk hierbij is het laveren tussen het wegnemen van scepsis en het serieus nemen van constructief-kritische vragen.

Barbara Heebels

Meer informatie