Over klein, kleiner, kleinst wonen

Meer differentiatie op de woningmarkt is geboden. De variatie in de vraag neemt toe, door demografische, sociaal-maatschappelijke, financieel-economische ontwikkelingen en ándere regelgeving: kleine huishoudens (veel éénpersoonshuishoudens), flexibilisering van de arbeidsmarkt, groter aandeel statushouders, beperking van toegang tot sociale huur. Dit leidt tot initiatieven voor kleinschalig, onafhankelijk en/of verplaatsbaar wonen: de ’nieuwe nomaden’ in tiny houses. Maar dezelfde ontwikkelingen leiden tot een stijgende vraag naar hoogstedelijk wonen: de ‘nieuwe stedelingen’, geïnteresseerd in micro-wonen.

Het hoofdkenmerk van tiny houses is autonomie en vraag-geïnspireerd. Afhankelijk van de wensen van de bewoners, kunnen de potentiële locaties flink van elkaar verschillen: van landelijk of afgelegen tot stedelijk – van open veld tot in- of opbouw van verblijfsunits in leegstaande bedrijfspanden. Dit vraagt niet al te veel regulering vooraf. Een kleine heldere set randvoorwaarden moet volstaan, afgestemd op de relevante locatiecondities. Dit concept leent zich ook goed voor principes als Tijdelijk Anders Bestemmen of pop-up toepassingen.

Bij micro-wonen gaat het vaak om city lofts. Compacte en betaalbare woonruimte (aanbod-gericht), variërend in grootte en prijs, op centraal gelegen, goed bereikbare plekken . De bewoner is doorgaans veel buitenshuis en is minder gericht op autogebruik. Dit zijn niet alleen starters of expats, maar ook herstarters op de woningmarkt of empty nesters. Duurdere concepten koppelen het mirco-wonen aan shared services, zoals gym, zwembad/sauna, kookboutique, wasserette, auto-date en coworking spaces.

De nieuwe nomaden en nieuwe stedelingen zijn over het algemeen outsiders op de woningmarkt. De woningmarktverhoudingen in Nederland maken dat insiders niet of nauwelijks bewegen en outsiders moeilijk toegang hebben tot de woningmarkt, vooral in de grote(re) steden. Juist daar bevinden zich de onderwijsinstellingen, vindt de meeste banengroei plaats en is dus meer dynamiek gewenst.

Toegegeven dat beide trends nog overwegend nichemarkten zijn. Echter wel met potentie op vooral de grootstedelijke woningmarkt. Juist daarom moeten steden hiervoor plaats maken: zowel voor tijdelijk als permanent wonen. Dit draagt bij aan behoud en/of versterking van de inwonersdiversiteit en daarmee de levendigheid. Oog hebben voor een grotere diversiteit op de woningmarkt vraagt om het omarmen van de initiatieven van de outsiders.

Han te Brummelstroete

Meer informatie

WIlt u meer weten over klein wonen? Meld u dan aan voor het evenement op 16 juni.

Zie ook: Platform31 verkent kansen en knelpunten van Klein Wonen in Nederland.