In gelul kun je niet wonen, maar zonder gelul ook niet


Netty van Triest – 29 september 2016

Bewoners van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang die zelfstandig gaan wonen. Die stap kent letterlijk nogal wat hindernissen. Platform31 sprak in zeven gebieden vertegenwoordigers van gemeenten, GGZ-zorgaanbieders en woningcorporaties. Wat blijkt: ‘in gelul kun je niet wonen, maar zonder gelul is het ook lastig om doorstromers van een betaalbare woning met de juiste begeleiding te voorzien. En zoals een van de geïnterviewde directeuren van een woningcorporatie treffend zei: “debatteren leidt tot kalibreren.”

Is er dan een tekort aan betaalbare sociale huurwoningen voor doorstromers? De antwoorden zijn divers. Om te beginnen is het lastig om de vraag van doorstromers precies in beeld te krijgen. Inzicht in aantallen helpt als gemeenten willen sturen, vandaar dat veel gemeenten bezig zijn een systeem van registratie en monitoring te ontwikkelen. Ten tweede verschillen de knoppen om aan te draaien per gemeente. Op een gespannen woningmarkt is het voor iedereen moeilijk om aan een sociale huurwoning te komen.

Er is een aparte contingent-afspraak voor de doorstromer nodig, willen we stagnatie in het beschermd Wonen voorkomen. Andere gebieden beschikken weliswaar over sociale huurwoningen, maar die zijn te duur voor deze groep. De lage huurprijs heeft verder tot gevolg dat doorstromers op een kluitje in de sociaal zwakkere wijken terecht komen. Voor een doorstromer in een sociale huurwoning is ook lang niet voldoende begeleiding, dagbesteding of de benodigde vinger aan de pols voor handen.

Bovendien is het vaak onduidelijk wie aanspreekbaar is als het even niet gaat. Gemeenten, GGZ-zorgaanbieders en woningcorporaties maken zich hier zorgen over. Afspraken maken alleen, blijkt in de praktijk onvoldoende, er is ook een stevige procesregie nodig tussen partijen zodat struikelblokken – schulden en op tijd huur betalen, wie bel je bij overlast, wie is verantwoordelijk voor begeleiding? – worden opgelost en het zelfstandig wonen niet in de weg staan en de ‘zachte landing’ in de wijk mogelijk maken.

Oplossingen gaan gepaard met besluiten over inzet van geld en professionals, van woningcorporaties, GGZ-zorgaanbieders en gemeenten. Samen geven ze bijvoorbeeld invulling aan de leefbaarheid in wijken: wat te doen bij vereenzaming of overlast? De publicatie Doorstromers beschermd wonen en maatschappelijke opvang laat zien hoe complex het is om die samenwerking tussen professionele partijen van wonen, begeleiding en zorg vorm te geven.

De gemeente als financier van Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang heeft als enige partij de wettelijke bevoegdheden (door Wmo en Woningwet) om afspraken te maken op meerdere domeinen en met beide partijen: woningcorporaties en GGZ-zorgaanbieders. Al zijn gemeenten beducht om die kar alleen te moeten trekken. Maar hoe kan de gemeente dan als regisseur optreden? Of juist zelf doen of uitbesteden?

In Rotterdam hadden partijen langere tijd het Baron von Münchhausen-overleg. Dat had als doel altijd tot een goede oplossing te komen ten behoeve van de klant en organisatie-gedoe zoveel mogelijk te vermijden. Een mooi motto voor doorstromers.