Het nieuwe woonlastenfonds


De betaalbaarheid van huurwoningen is sterk verslechterd in de afgelopen jaren. Met name de laatste twee jaar zijn de huren flink gestegen. Een toenemende huurlast in combinatie met inkomensdaling zorgt bij een steeds grotere groep huishoudens voor huurachterstanden en betaalrisico’s. Op zoek dus naar instrumenten om huurlasten te stabiliseren. Er zijn vele knoppen waar aan kan worden gedraaid: huren verlagen, woningen passender toewijzen, de huurtoeslag verruimen…

Een ander interessant (en vooral realistischer) instrument is het Woonlastenfonds. Met een woonlastenfonds past de gemeente en soms ook de corporatie bij als de woonlasten van huishoudens onacceptabel hoog zijn. Woonlastenfondsen worden al sinds het einde van de vorige eeuw in diverse steden ingezet om met name armoede te bestrijden.

In Katwijk zet men echter sinds kort een interessante variant van dit instrument in. De gemeente, woningcorporatie Dunavie en de lokale huurdersstichting trekken samen op om huishoudens die te maken hebben met een plotselinge inkomensdaling een duw in de rug te geven. Naast een financiële bijdrage krijgen deelnemers ondersteuning bij onder andere het aanvragen van toeslagen, het verhuizen naar een goedkopere woning of het leren budgetteren van hun uitgaven. De regeling is bedoeld als tijdelijke overbrugging richting herstel.

Spannend aan het Katwijkse pilotproject is dat het een preventieve aanpak is waarbij per aanvraag volledig maatwerk wordt geboden. Verder richt de regeling zich niet (zoals andere woonlastenfondsen) op de onderkant van de woningmarkt, maar op bewoners met een middeninkomen die plotseling met minder moeten rondkomen. Voor de laagste inkomens bestaan al genoeg regelingen. Bovendien heeft deze groep meer ervaring om met weinig budget rond te komen. De middeninkomens die te maken hebben met baanverlies, scheiding of arbeidsongeschiktheid hebben volgens ‘Katwijk’ een groter risico op schulden en daarmee huisuitzetting.

Het Katwijkse project krijgt één jaar om haar waarde te bewijzen. Mocht de regeling een vervolg krijgen en regulier beleid worden, dan is het de hoop dat maatwerk mogelijk blijft. Hier is wel bestuurlijke moed voor nodig. Maar is de mate van maatwerk eigenlijk niet de belangrijkste succesfactor in alle beleidsmaatregelen?

Jeroen van der Velden, Platform31