Geef mij maar mobiliteit als service

Gemiddeld staat een auto ruim 95 procent van zijn totale levensduur stil. Toch is het na je woning vaak de duurste aankoop. Een die weliswaar in waarde daalt als je hem na aankoop de garage uitrijdt. Opmerkelijk is ook dat we accepteren dat er jaarlijks (teveel) dodelijke verkeersongelukken plaatsvinden, maar we staan op onze achterste benen als het aantal additieve stoffen in voedselproducten minimaal worden overschreden. Files vinden we vervelend, maar vinden onszelf spekkoper als we slechts 10 minuten vertraging hebben. Zorgen de Nederlandse Spoorwegen voor evenveel vertraging, dan oordelen we met een dikke onvoldoende. Met andere woorden: de auto is nog steeds heilig en bepaalt voor een belangrijk deel ons kijken naar mobiliteitsbeleid. Maar blijft dat ook zo? Zelf kijk ik reikhalzend uit naar autonoom rijdende auto’s waarbij ik mijn reistijd lezend, slapend, werkend of film kijkend kan besteden. Geen straten vol wachtend blik, maar een auto die op basis van mijn abonnement voorrijdt als ik hem nodig heb. En daardoor meer ruimte in de stad voor groen of andere activiteiten.

Het is best een interessante overweging: de auto inruilen voor een abonnement, van bezit naar gebruik, naar ‘Mobility as a Service’. En toch, alle rationele voordelen ten spijt, de emotie rond het eigen autobezit is sterk. Een auto dient het gemak, zeker voor gezinnen met kinderen. Daardoor is het voor velen een hele stap om zichzelf structureel via andere vervoersmiddelen te verplaatsen. En misschien is het nog wel een grotere stap om de organisatie daarvan min of meer uit handen te geven aan mobiliteitsproviders. Emotie overheerst de ratio. Toch lijkt het erop dat we aan de vooravond staan van een ingrijpende omslag, waarbij meer partijen vaker mobiliteitsdiensten aanbieden. En steden vaker nadenken over een andere inrichting van mobiliteit en wat de consequenties daarvan zijn voor het ontwerp van binnensteden. Het delen van auto’s raakt langzaamaan geaccepteerd.

Natuurlijk wil lang niet iedereen hier op voorhand in meegaan. Maar of het ook is vol te houden om individuele emotie boven die van maatschappelijk nut te blijven stellen? Persoonlijk zou ik het wel een uitdagend perspectief vinden: meer CO2-reductie en minder ruimtedruk dankzij betere benutting van capaciteit en meer opties voor het inbrengen van meer menselijke maat bij de inrichting van steden.