Een ongedeelde stad. Ook voor studenten?

Onlangs voerde ik in Amsterdam een debat met vertegenwoordigers van The Student Hotel, de Landelijke Studenten Vakbond, Vastgoed Belang en gemeente Amsterdam. De directe aanleiding was de komst van Student Hotels in de grote steden in Nederland. Maar eigenlijk ging de discussie al snel over het woningwaarderingsstelsel voor onzelfstandige kamers en de vraag of het normaal is dat een student voor een kamer in hartje Amsterdam evenveel betaalt als in het dorpje Amen.

Al langer bereiken mij signalen over het wonen van studenten in de binnenstad. Sommige steden zetten stevig de rem op de ‘verkamering’ en andere gemeenten gaan zelfs over tot een ontmoedigingsbeleid. Vaak worden overlast en waardedaling van omliggende woningen als belangrijke redenen genoemd om studenten uit de binnenstad te houden. Liever zien we studenten hoog en droog op een campus, op veilige afstand van het winkel- en toeristengebied. Daar is ook best wat voor te zeggen. Een goed functionerende campus is een aanwinst voor de universiteit, voor een kennisstad en – als de campus goed functioneert – ook voor de student zelf.

Maar studenten zijn net gewone mensen en omdat iedereen graag in de stad woont, willen studenten dat ook. Daar komt nog bij dat veel studentensteden een lange traditie hebben van studentenwoningen in de oude binnenstad, waar vaak ook de societeitsruimtes en onderwijsgebouwen staan. Echt goed functionerende campussen, waar het ook gezellig wonen, werken en recreëren is, staan in ons land nog steeds in de ‘kinderschoenen’.

Terug naar het debat in Amsterdam. Moeten studenten in de binnenstad van Amsterdam gewoon een marktconforme prijs gaan betalen? Moet het woningwaarderingstelsel op de schop en moet locatie daar een bepalende factor worden? Ik weet het nog niet zo zeker. De LSVb en Kences brengen jaarlijks informatie naar buiten over de betaalbaarheid van studentenkamers en er wordt op dit moment in de binnensteden van Utrecht en Amsterdam al stelselmatig veel te veel huur gevraagd. Studenten zijn daarmee een steeds groter deel van hun maandinkomen kwijt aan woonlasten.

In combinatie met het verdwijnen van de basisbeurs, blijkt voor veel eerstejaarsstudenten – het CBS bracht daar onlangs verontrustende cijfers over naar buiten – een kamer in de studiestad onhaalbaar geworden. Laten we hopen dat dit tijdelijke effecten van het verdwijnen van de basisbeurs zijn en laten we vooral ook voorzichtig zijn met het verhogen van de prijzen van kamers (dat zal immers het gevolg zijn van de aanpassing van het woningwaarderingsstelsel) in onze binnensteden. Tenzij we inderdaad vinden dat alle studenten hoog en droog op de campus horen, in de goedkopere buitenwijken of in hotel mama. Ik geloof meer in de ongedeelde stad, ook voor studenten.