Duurzame investeringen als motor voor de wijkaanpak?

Stedelijke vernieuwing toe aan nieuwe energie

Meer verwarde mensen en toenemende spanningen in kwetsbare wijken, minder geld voor onderhoud en beheer en achterblijvende marktinvesteringen in differentiatie in woningen in kwetsbare wijken. Je zou er bijna somber van worden. Door de crisis en het einde van meer dan vijftien jaar subsidies voor stedelijke vernieuwing staat de wijkaanpak op laag pitje. In ieder geval in Den Haag. Duurzame energie kan de nieuwe motor worden achter onze stedelijke vernieuwing. Hoe houden we onze stadswijken vitaal met lokale kracht en energie?

Ruim twintig jaar geleden luidde het eerste paarse kabinet de noodklok over de achterstandswijken. Minister Van Boxtel van Grotestedenbeleid lanceerde een meerjarenprogramma om het verval te stoppen. Sociale huurwoningen maakten plaats voor nieuwbouw, lage inkomensbuurten werden aantrekkelijk gemaakt voor middengroepen en met sociale en economische programma’s probeerde men kwetsbare groepen op te stuwen in de vaart der volkeren. Onder Van Boxtels opvolgers verschoof de beleidsretoriek naar denken in termen van kansen: probleemwijk werd prachtwijk (Vogelaar) en krachtwijk (Van der Laan).

Een paar jaar na de start van het Krachtwijkenprogramma sloeg de crisis sloeg toe. De corporatiesector raakte in opspraak en Rutte I stelde andere prioriteiten. Door decentralisaties van het welzijn-, jeugdzorg- en participatiebeleid en de beëindiging van de ISV-gelden zijn nu de steden aan zet om het leefklimaat van wijken op peil te houden. Veel fysieke plannen belandden echter in de ijskast en sociale programma’s vielen ten prooi aan de kaasschaaf. Omdat kwetsbare wijken continu aandacht nodig hebben, zien we in veel steden een zoektocht naar nieuwe partners, slimme financieringsconstructies en naar de (on)mogelijkheden van de eigen kracht van burgers.

Veel steden denken met weemoed terug aan de tijd dat de Haagse geldkraan openstond. Maar in die rijkere tijden waren er niet alleen subsidies, maar ook meekoppelende belangen. Begin deze eeuw was bodemvervuiling een groot issue in steden. We zijn het al bijna vergeten, maar die investeringen waren dankzij het slim koppelen van investerings- en subsidiegelden deels een motor achter de fysieke en sociale vernieuwing van stadswijken.

Inmiddels staan we voor een andere grote uitdaging: de verduurzamingsopgave. Naast ‘bekende’ problemen achter de voordeur, kampt een groeiend aantal huishoudens in kwetsbare wijken met energiearmoede: een hoge energierekening, mede veroorzaakt wordt door de matige kwaliteit van hun woning. De eerste steden, zoals Utrecht en Amsterdam, die van het gas af willen hebben zich al gemeld.

Zijn duurzame investeringen het ei van Columbus voor kwetsbare wijken? Wel als je op zoek bent naar nieuwe meekoppelende belangen. Niet als je je realiseert dat de opgave veel groter is dan enkel een fysieke opgave. Het echte cement van de wijk, de (kwetsbare) bewoners, verdienen nieuwe energie. Van lokale partijen. Maar ook van een Rijksoverheid die inziet dat verduurzaming de motor kan zijn achter een brede integrale vernieuwing en versnelling van kwetsbare stadswijken.