Dood aan de #weilandlobby

Hamit Karakus, directeur van Platform31, schrijft in zijn column Verraad aan de stad dat iedereen in het vastgoed voor wil sorteren op een nieuwe Vinex-operatie. Volgens hem roept de bouwlobby om het hardst dat de braakliggende weilanden volgebouwd moeten worden en hij spreekt daar schande van. Verraad!

Zijn column krijgt bijval. Men prijst het als een pleidooi voor investeren in de stad. Maar dat is het niet. Het is geen opbouwend betoog, maar een redeneerlijn gebaseerd op vooroordelen, een directeur van een onafhankelijk onderzoeks- en experimenteerplatform onwaardig. Karakus voedt de hetze tegen de ‘bouwlobby’ om zijn eigen standpunt op basis van morele gronden kracht bij te zetten. Daarmee kiest hij voor de gemakkelijke weg, gebruik makend van achterhaalde clichés, als ze al ooit waar waren. Daar doet hij vastgoedpartijen onrecht mee, maar goed, die moeten tegen een stootje kunnen. Erger is dat Karakus hiermee feitelijk hele groepen op de woningmarkt afserveert.

Voor de goede orde, ik beschuldig Karakus niet van kwaadwillendheid. Ik denk dat zijn bedoelingen oprecht zijn en ik weet dat hij tijdens zijn wethouderschap veel goeds voor Rotterdam heeft gedaan. Maar hij bemoeilijkt met zijn manier van betogen een volwassen debat over de opgaven waar we de komende jaren voor staan en hij toont een blinde vlek voor andere ideeën en voor andere woonvoorkeuren. Hij zou juist bruggen moeten slaan en moeten verbinden, een platform moeten bieden aan de partijen die het moeten gaan doen. Onze opgave is namelijk veel complexer dan zijn betoog suggereert.

Er zijn veel groepen in de Nederlandse samenleving die niet in een echt stedelijk woonmilieu willen wonen. Ik woon in het Wateringseveld, een zeer gemêleerde Vinex-wijk waar ongeveer een kwart van de bewoners een migrantenachtergrond heeft; met ook bewoners die vanuit de Schilderswijk en andere stadvernieuwingswijken daar naar toe zijn verhuisd en die niet meer weg willen. En daarmee is mijn wijk een stuk stedelijker dan de Amsterdamse grachtengordel of het Benoordenhout. De meeste mensen in deze en in andere buitenwijken houden van hun wijk, van het woonmilieu, van hun huis met een tuintje, dicht bij de wipkip, de zandbak en de scholen, het winkelcentrum, de sportschool, de snelweg en het openbaar vervoer naar het stadscentrum en naar de andere steden in de regio. Die willen niet terug naar de Schilderswijk of de Tarwewijk, ook niet als daar mooie appartementen worden gebouwd. Hele volksstammen wonen met heel veel plezier in een niet hoogstedelijk woonmilieu, dicht bij de stedelijke voorzieningen die ze hogelijk waarderen.

Het is een zelfingenomen, hoogstedelijke elite die vanuit het eigen ecosysteem de gerechtvaardigde woonwensen van hele groepen op de woningmarkt ontkent. Die gemakzuchtig mee doet aan dat elitaire discours, waarin het heel gewoon is om af te geven op die Vinex-wijken, de huizen daar en op de zogenaamde kleinburgerlijke levensstijl van de mensen die daar wonen. Een elite die zo dronken is van haar eigen levenswijze dat ze er voor pleit dat de burgemeesters van de grote steden het voor zeggen gaan krijgen in het land, wat zeg ik in de wereld. Een elite die de ogen sluit voor de opgaven waar we óók voor staan. Die anders denkenden meteen wegzet als #weilandlobby.

Begrijp me niet verkeerd. Natuurlijk moeten we vol inzetten op het versterken van onze steden. Op transformatie, herontwikkeling en vernieuwing. Natuurlijk moeten we de binnenstedelijke gebieden die nu onderbenut zijn voor nieuwe functies aanwenden, en zeker voor het wonen. Maar we moeten er wel eerlijk over zijn dat dat ongelooflijk lastig en kostbaar is. En dat die beweging niet snel genoeg en niet in voldoende omvang van de grond komt, als we daar niet heel fors op alle mogelijke manieren in investeren. En dat het op slot zetten van het buitengebied, onvoldoende is om dat te bewerkstelligen en bovendien een heel cynische en perverse manier van beleid voeren is, waarvan de eigenaren van het stedelijk vastgoed eenzijdig de vruchten plukken en de buitenstaanders het nakijken hebben.

En zelfs als we met onze gezamenlijke inspanningen erin slagen om onderbenutte gebieden in onze steden veel intensiever te gebruiken, dan nog zal dat niet voldoende zijn en zal het niet al onze problemen oplossen. Kijk naar Amsterdam waar de rolkoffers een deel van de Amsterdammers verjagen. Natuurlijk, we kunnen nog heel veel verdichten. Maar denk niet dat het gemakkelijk is om op Zeeburg, in het westelijk havengebied of in de Merwedezone Vancouver te kopiëren. En als dat al lukt, wat doet dat met het karakter van onze steden, met het eigene?

Kijk naar Utrecht, waar degenen die ook in die stad willen wonen op rantsoen worden gezet. Waar de wethouder eerlijk zegt, ook als we 10.000 woningen per jaar meer in de stad zouden bouwen, zouden we ze allemaal vol krijgen. Maar dat gaan we niet doen, omdat daardoor het karakter van onze stad totaal zou veranderen. En bedenk daarbij dat de bevolkingsgroei in de afgelopen 20 jaar zich juist heeft voorgedaan in Leidsche Rijn, de grootste Vinex-wijk van heel Nederland. De consequentie van het Utrechtse bouwbeleid is dat gezinnen niet meer voor een eengezinswoning in Utrecht terecht kunnen en dat ze naar Nieuwegein of Houten of nog verder weg moeten. En hetzelfde geldt voor de lage inkomens van buiten Utrecht die op een sociale huurwoning zijn aangewezen. Kortom, gewone mensen met gewone inkomens, die heel gelukkig in Rijnenburg zouden kunnen zijn, moeten hun heil elders zoeken.

Natuurlijk pleit ontwikkelend Nederland niet voor een Vinex 2.0. Niet voor het ongebreideld volbouwen van onze open ruimte, van onze weilanden. Maar wel voor de bereidheid om ook de argumenten van de ander serieus te nemen en niet bij voorbaat buiten de orde plaatsen. Lees ook onze publicatie ‘Ruimte maken voor het Nationale Geluk’, waarin ontwikkelaars hun visie geven op de opgaven en een oproep doen om juist de handen in een te slaan. Om van onderop, samen te werken aan een beeld van Nederland waar we met elkaar naar toe willen. Met een krachtig pleidooi voor binnenstedelijke gebiedsontwikkeling én nieuwe buitenwijken.

Als sector staan we gezamenlijk voor grote opgaven. Binnen de ontwikkelsector zijn professionals hard aan het werk om mooie woningen, woonwijken, gemengde stedelijke en dorpse milieus te ontwikkelen en te bouwen. Met enorme passie. Zij hebben vaak dezelfde drive als hun collega’s bij ontwerpers, overheden of andere stakeholders. Ze willen bijdragen aan een mooiere en goed functionerende gebouwde omgeving. We moeten geen groepen tegen elkaar opzetten, maar juist verbinden. Laat ze ideeën uitwisselen en samenwerken. Zoals wij doen in onze leergang Projectontwikkeling, onze masterclass Conceptontwikkeling en op onze Dag van de Projectontwikkeling.

Platform31 heeft de taak om de verschillende partijen te verbinden, om in onderzoeken, experimenten en pilots samen op zoek te gaan naar de werkelijke opgaven, naar het debat om problemen met elkaar in beeld te krijgen en te doorgronden. Door mee te werken aan het zoeken naar nieuwe samenwerkingsvormen, nieuwe manieren om opgaven in de markt te zetten, om bewoners en gebruikers van het vastgoed daarbij op een volwassen manier te betrekken. Zonder vooringenomenheid, zonder politiek standpunt of politieke correctheid. Niet als vaandeldrager, maar als onafhankelijk, dienend platform waarvandaan bedrijven, professionals, maatschappelijke organisaties en burgers naar een hoger niveau kunnen komen.