Dementerende in niemandsland

Netty van Triest, Platform31

Als eenmaal de diagnose dementie gesteld is, hebben degene die eraan lijdt en de mantelzorger vaak al een heel traject achter de rug. Van het vergeten van de huissleutel, het niet meer terug kunnen vinden van de voordeur tot het niet meer weten hoe je koffie moet zetten. Verhuizing naar een meer beschermde woonlocatie lijkt een wijze oplossing, maar is op dat moment niet meer het beste om te doen. Alles bij het vertrouwde laten vaak wel.

Platform31 ontwikkelde een handreiking voor mensen met dementie. Deze handreiking helpt bij het nadenken over hoe de vertrouwde omgeving ongemerkt aan te passen, om de persoon met dementie te ondersteunen en gevaarlijke situaties te vermijden. Bijvoorbeeld door bij wegloopgedrag de vanzelfsprekende route uit het zicht te halen door een struik te planten of een gordijn op te hangen voor de voordeur.

Het was lastig om bij het maken van deze handreiking de juiste experimentpartners te vinden. Zowel bij woningcorporaties als bij zorgaanbieders was zo’n lijst al snel een brug te ver. “Hoort niet bij onze kerntaak” of “Dit is echt iets voor … (de andere organisatie).”

Op het toppunt van de vergrijzing zullen in Nederland een half miljoen mensen met dementie wonen. Dit is een verdubbeling van het huidige aantal, terwijl de intramurale capaciteit afneemt tot 100.000 plaatsen. De meeste dementerenden zullen dus zelfstandig wonen. Maatschappelijke steun voor de mantelzorgers is dus hard nodig.

Gemeenten zeggen vaak een integrale aanpak van wonen, zorg en welzijn te bieden, maar in de praktijk ontbreekt vaak de aansluiting met welzijn; laat staan die met wonen. Je kunt het de zorgmedewerkers ook niet kwalijk nemen want zelfstandig wonende zorgdoelgroepen wonen in niemandsland. Niemand is verantwoordelijk voor een integrale afstemming van wonen, zorg en welzijn.
En dat moet veranderen.