De stad of het (omme)land?


Als boerendochter woon ik nu bijna de helft van mijn leven in de stad. Vroeger was ik trots op mijn nieuwe status als stedeling. Inmiddels weet ik dat mijn agrarische achtergrond niet iets is dat ik achter me kan laten. Ik heb als ik terugkijk namelijk altijd geprobeerd om het platteland van mijn jeugd mee te nemen naar de stad en doe dat nog steeds. Balkons worden omgebouwd tot groene oase, keukens veranderen in borrelende limonadefabrieken, kippen bleken prima in het achtertuintje te kunnen en inmiddels mag ik een schitterende buurttuin in Rotterdam beheren.

Gelukkig is de tijdgeest mijn hang naar het platteland gunstig gezind. De stedelingen om me heen lijken steeds meer op zoek naar dingen die in mijn jeugd voor lief genomen werden: oogsten, kweken, proeven, inmaken. Deze ontwikkeling breidt zich langzaam uit van tijdelijke experimenten, zoals de opkomst van buurttuinen naar duurzamere structuren. Want: ‘a beautiful garden is the labour of ages’.

In onze hang naar een duurzame groenbeleving begint de groenstructuur in de steden, maar vooral ook in de omgeving van de steden een steeds grotere rol te spelen. Denk aan de stijgende prijzen van volkstuintjes, de opkomst van boerencampings en migranten die hun stedelijke ideeën meenemen naar landelijke gebieden. Want velen kunnen, net als ik, niet kiezen. We willen de nabijheid van vrienden, rumoer en diversiteit die de stad ons biedt en tegelijk de rust, ruimte en stabiliteit van het platteland.

We hebben behoefte aan hybride oplossingen en een stad en platteland dat complementair aan elkaar is. Binnen Agenda Stad is de relatie tussen stad en ommeland een belangrijk thema waarvan ik hoop dat het de komende jaren in bewustwording groeit. Want ik wil voorlopig niet kiezen.

Esther Slegh, Platform31