Inconsistent betaalbaarheidsbeleid

“Een trage overheid is een stabiele overheid. En de burger is gebaat bij stabiliteit, dus het is soms helemaal niet erg dat gemeentelijke processen wat langer duren”. Een collega zei dit tegen mij tijdens mijn eerste baan bij een gemeentelijke overheid. Fris van de universiteit en met de ambities om in mijn eerste jaar een aantal mooie projecten neer te zetten, moest ik behoorlijk wennen aan de – in mijn ogen – bureaucratie met grote koffiedrinkende projectgroepen en lange ambtelijke trajecten.

Inconsistent betaalbaarheidsbeleid

Alhoewel enigszins kort door de bocht zit er een kern van waarheid in. Het is belangrijk dat overheidsbeleid goed wordt overdacht en consistent is. En dat kost nu eenmaal tijd. Tegelijkertijd zie ik de laatste tijd overheidsbeleid ontstaan dat in mijn ogen niet geheel consistent is. Bijvoorbeeld rondom betaalbaarheid van het wonen. Betaalbaarheid staat hoog op de agenda van Rijk, gemeenten, corporaties en bewonersorganisaties. Uit het onderzoek ‘Betaalbaarheid van het wonen in de huursector’ van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat de huurtoeslag cruciaal is. Tegelijkertijd onderzoekt het Rijk in de IBO Sociale huur de bezuinigingsmogelijkheden op de huurtoeslag.

Huurder afhankelijk van overheidsgrillen

Iets anders vind ik wel inconsistent. Bij bezuinigingen op de huurtoeslag is er kans dat er een groter beroep wordt gedaan op lokale partijen. Hier moeten de lokale partijen wel het instrumentarium voor hebben. Bijvoorbeeld via het huurbeleid. En als er een thema is waarop ik het Rijk niet kan volgen, is dat het wel. Na jarenlang inkomensafhankelijk huurbeleid, werden met het inkomensafhankelijk huurbeleid grote huurverhogingen mogelijk. Logischerwijs stegen hierdoor de huurprijzen teveel waarop is gereageerd met de huursombenadering. Dus in plaats van dat lagere inkomensgroepen bij woningtoewijzing over langere periode zekerheid krijgen over hun woonlasten, zijn ze afhankelijk van een grillig overheidsbeleid. Daar komen straks de bezuinigingen op de huurtoeslag nog bovenop. Dit terwijl de woonsubsidie van de hogere inkomens – de hypotheekrenteaftrek, waar miljarden in omgaan – nu buiten beschouwing blijft.

Inkomensafhankelijk huurbeleid

Ook de overheidsvisie rondom het inkomensafhankelijke huurbeleid kan ik niet volgen. Het experiment Huur-op-maat werd door toenmalig minister Spies gestopt omdat corporaties niet aan inkomenspolitiek mochten doen. Met het inkomensafhankelijk huurbeleid werd dit weer deels wel mogelijk. Het passend toewijzen is een volgende stap in deze richting. Maar in plaats van dat wordt doorgepakt, wordt een ander instrument – de inkomensafhankelijke huurverhoging – afgeschaft. Het is daardoor voor corporaties niet mogelijk om jaarlijks te toetsen waar de verschillende inkomensgroepen zich bevinden en hierop te sturen.

Is dat inconsistent? In mijn ogen wel? Laten we hopen dat bij het onderzoek naar de huurtoeslag nagedacht wordt over een samenhangend pakket aan instrumenten om op betaalbaarheid te kunnen sturen – op nationaal en/of op lokaal niveau en vooral niet te ingewikkeld. En waarbij de huurder voor langere tijd zekerheid heeft over de woonlasten.


Anouk Corèl, Platform31