Breedte en balans in de discussie over blurring

Blurring is net als koopzondagen, betaald parkeren of de verkiezingsuitslag. Iedereen heeft er een mening over. Bij blurring wordt het standpunt vaak ingegeven door één van deze motieven: gezondheid (tegen blurring), ondernemerschap (voor blurring) of een morele afweging (voor en tegen). Die laatste loopt ook nogal eens door het motief van gezondheid of ondernemerschap heen.

Blurring, ook wel functiemenging genoemd, komt op in steeds meer Nederlandse (binnen-)steden en winkelgebieden. Blurring houdt in dat er in één pand combinaties plaatsvinden van detailhandel, horeca, werken, leren, wonen, zorg, cultuur, et cetera. Kortom: meerdere functies en branches die doorgaans van elkaar gescheiden zijn, gemengd op één plek. De discussie over blurring spitst zich zo’n beetje geheel toe op mengvormen van detailhandel en horeca met alcohol. Dat doet blurring als trend tekort en geeft beperkt inzicht in kansen en bedreigingen van functiemenging als trend voor de stad.

Voorstanders van blurring stellen dat de moderne consument en gebruiker te verleiden is met onderscheidende concepten. En dat zij economische meerwaarde bieden voor onze binnensteden. Denk bijvoorbeeld aan kunstverkoop in een horecagelegenheid of werk- en woonruimte gecombineerd in één pand. Deels zijn deze concepten nieuw, maar deels bestaan ze al langer. Het is begrijpelijk dat niet iedereen de vlag uithangt over blurring. Verschillende branches en ook gemeentebestuurders maken zich zorgen om het level playing field, ofwel het gelijke speelveld, en over een regulerings- en sturingskader. Maar, de grootste zorg en weerstand komt uit de gezondheidshoek, omdat er bij sommige concepten van blurring alcohol in het spel is.

Ik maak mij om een andere reden zorgen om een level playing field. Namelijk op het gebied van kennisvoorziening. De gezondheidspartijen hebben hier al flink op ingezet, wat een indrukwekkende stapel onderzoeken over vooral de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik heeft opgeleverd. Overige belanghebbenden zijn pas recentelijk via pilots gestart met het opdoen van kennis. De pilot mengvormen detailhandel en horeca (VNG en Berenschot) en de pilot Verlichte regels winkelgebieden (Platform31) zijn hier voorbeelden dan. Er ontstaan nu eerste inzichten in consumenten-, ondernemers- en gebruikersperspectief en -behoeften. En in de economische en maatschappelijke waarde.

Deze pilots worden beperkt door gedoogsituaties en juridische procedures tegen blurring van – ironisch genoeg – de Slijtersunie. Dit terwijl in de pilot van Platform31 bleek dat er op gebiedsniveau vaak geen weerstand tegen blurring bestond, als er maar goed overleg was tussen de verschillende ondernemers, gemeente en bewoners. De disbalans in kennis is verklaarbaar. Want de Drank- en Horecawet, die alcoholverstrekking reguleert, is vooral een volksgezondheidswet. Maar door de focus op volksgezondheid zijn andere belangen bij functiemenging ondergesneeuwd geraakt in kennis- en visieontwikkeling. Bijvoorbeeld het economisch, maatschappelijk en ruimtelijk belang van goed functionerende winkelgebieden en binnensteden waar mensen graag en goed verblijven.

Om blurring als breed fenomeen te kunnen bezien, is het allereerst nodig om de balans in de discussie te herstellen. En we willen meer weten over de effecten van blurring. Om vervolgens ook een goede afweging te kunnen maken in het al dan niet faciliteren van functiemenging. Waar ligt meerwaarde en waar knelpunten? Wat zijn de verschillende perspectieven – maatschappelijk, economisch, gezondheid, ruimtelijk – en zijn die (meer) met elkaar te verenigen richting de toekomst? En vervolgens: welk soort wetgevings- en sturingskader past hierbij? Platform31 gaat daarover graag in gesprek met belanghebbenden en experts.

Hanneke van Rooijen